In de tussentijd is er al bijna een maand verstreken sinds ik in de VS ben aangekomen. Het feit dat ik in de tussentijd geen bericht heb gepost geeft aan hoeveel dingen er op je af komen. Het is druk, heel druk. College, huiswerk, vrienden, sport en familie: kortom, een rijkgevulde agenda.
Het begon allemaal op 26 augustus. Na een nacht op het eiland Terceira te hebben verbleven, werd de vlucht na enkele vertragingen hervat. Na anderhalve dag vertraging kwam ik om 11 uur 's nachts aan op Dulles International Airport. Bij het Amerikaanse consulaat had ik al wat 'advies' gekregen van de security officer voor wanneer ik langs de Amerikaanse douane zou gaan: onderneem niets voordat er de instructies toe worden gegeven. Dit voorkomt namelijk heel wat problemen. De grenscontrole verliep tegen verwachting in vrij snel. Alle papieren waar maanden aan bureaucratie aan voorafging, worden vrolijk uit je paspoort gerukt en men slaat de stempel bijna door de tafel. En dan sta je met twee volgepropte koffers in de aankomsthal om half 12 ‘s nachts. Voor het eerst is alles om je heen Engelstalig. En wanneer je buiten komt zie je een gigantische Amerikaanse vlag wapperen. Dan besef je dat je in Amerika bent! Nadat ik bij het hostel snel mijn koffers gedropt had haastte ik mij naar Union Station om de treintickets voor een paar uur later op te halen. De boulevards van DC waren echter totaal anders dan ik verwacht had. In plaats van dat er ambtenaren, zakenlui en toeristen rondliepen, waren ze totaal uitgestorven met uitzondering van tientallen politieagenten. Met de beelden van de inauguratie van Barack Obama nog in het hoofd ingeprent, liep ik nu langs het Capitol en over de Mall zonder enig mens tegen te komen. Ik liep langs het centrum van de Amerikaanse democratie en op dat moment leek het alsof dat monument slechts één van de vele gebouwen was. Geen luidruchtige fanfare, geen patriottistische decoratie en al helemaal geen oproep tot verandering. Ik ging terug naar het hostel en kwam langs de Starbucks-vestiging aan de ene kant van de boulevard waarop zo'n 50 meter verder een andere vestiging volgde. En ook kwam ik langs de talrijke daklozen die hun nacht zouden doorbrengen in deze wereldstad. En helaas is die wereld van verschil tussen arm en rijk de harde realiteit. Degenen zonder enig bezit slapen tegen de gepolijste marmeren gevels van de overheidsgebouwen in de hoop dat daar hun lot veranderd kan worden.
De volgende ochtend vertrok ik al vroeg met de trein via Philadelphia naar Lancaster. Daar begon de International Orientation met een picknick. Opvallend was dat iedereen bij zijn eigen ‘nationaliteit’ zat. De Chinezen zaten met de Chinezen, de Europeanen met de Europeanen, enzovoort. En hoewel de meeste studenten al over waren gestapt op het Engels, bleven de Chinezen vrolijk als één grote familie in het Chinees praten. De dagen die volgden waren helemaal vol gepland met activiteiten onder het motto 'zolang je maar bezig bent, kun je niet aan thuis denken'. Zo gingen we naar een mall met een knalgele schoolbus, er werd uitgelegd hoe je aan een bijbaan kunt komen en hoe de verzekering werkt en we kregen een rondleiding over de campus. En de campus is, geheel naar verwachting, een dorp op zich: Eer zijn verschillende restaurants, meerdere flats als huisvesting, er is een klein politiebureau, een ziekenboeg, een kerk, een coffeeshop in de Amerikaanse zin van het woord, een winkel, verschillende musea, twee theaters, een sporthal, een zwembad, een fitnesscentrum, een atletiekveld, een footballveld, een voetbalveld, een hockeyveld... en wat is er eigenlijk niet? Een van de onderdelen van het programma was de informatiesessie over de culture shock. Daarin werden de Amerikaanse gebruiken doorgenomen (bijvoorbeeld dat je aan iedereen ‘how do you do?’ vraagt, maar dat je geen antwoord hoeft te verwachten omdat het als groet gebruikt wordt) en werd uitgelegd dat je vooral contact moet houden met de familie om sneller te wennen aan de nieuwe omgeving.
Aansluitend aan de International Orientation werd de General Orientation gehouden. Dit hield in dat er grote volgepropte auto’s (bij ons bekend als ‘asobak’) de campus op kwamen rijden. Vervolgens vond er een proces plaats dat je gerust een volksverhuizing kunt noemen. Paps en mams sjouwen vrolijk een koelkast, een airconditioning-station, vloerbedekking, een voedselpakket voor de rest van het jaar, een tv en nog circa 10 verhuisdozen naar een kamer van ongeveer 15 vierkante meter. En op die kamer mogen maar liefst twee studenten hun inboedel uitstallen. Oftewel: als je met een internationale student op je kamer zit mag je je gelukkig prijzen, want twee Amerikanen op een kamer is vanuit praktisch oogpunt onmogelijk.
Een van de meest opmerkelijke onderdelen van het programma was dat we bij een van de leraren thuis gingen eten. Iets wat niet zo snel voorkomt in Nederland. De scheiding tussen leraar en student is hier anders. Zo worden er ‘office hours’ gehouden, waarbij de student bij de leraar om advies langs kan komen. Dit heeft verschillende voordelen: je krijgt advies hoe je iets kan aanpakken en de bezoeken leveren vaak automatisch een hoger cijfer op. Ook werd ik door een van mijn leraren gemaild nadat ik twee opeenvolgende lessen afwezig was vanwege ziekte, waarin ze vroeg of alles wel goed ging. Oftewel: je word nog steeds in de gaten gehouden. Het contact tussen leraar en student is persoonlijker, wat ook blijkt uit de betrokkenheid van de leraren bij de verschillende student organizations.
Een ander onderdeel van de General Orientation was de voorlichting over alcoholgebruik. Hoewel de leeftijdsgrens voor alcohol op 21 jaar ligt in de Verenigde Staten, werd tijdens de voorlichting er vrolijk op gewezen dat je niet te veel moet drinken en dat je je grenzen moet kennen. Het is zelfs het geval dat je de politie hier op de campus kunt bellen voor hulp als je te veel gedronken hebt, zonder dat daar sancties op volgen. Je zou dit op zijn minst een dubbel beleid kunnen noemen.
Als afsluiting van de Orientation volgde de Convocation ceremony. Het klinkt lichtelijk sektarisch, maar dit is de inwijding van de nieuwe studenten in de ‘college community’. De internationale studenten, waaronder ik, droegen de vlag van hun thuisland. De professoren waren gehuld in officiële ‘excentrieke’ gewaden en bijpassende academische hoedjes. En uiteraard werd het Amerikaanse volkslied al staande gezongen. De president van het Franklin & Marshall College,…naam invullen…., hield een toespraak, waarin hij zowel de studenten als het College de hemel in prees dat er weer een veelbelovende nieuwe lichting van start kon gaan. Een opmerkelijk statement uit zijn speech was dat hij opriep tot eensgezindheid, waarbij onderlinge verschillen in cultuur, nationaliteit en religie er niet toedoen. En dat is precies waarin de Amerikanen tot op zekere hoogte uitblinken en waar de Nederlanders op dit moment nog een hoop van kunnen leren.
De volgende dag, op 1 september, zou het semester beginnen. De vakken die ik volg zien er als volgt uit:
-Introduction to Sociology
-Elementary Italian
-Islamic History I
-America in the Age of Nixon
De eerste weken van het academische jaar zal ik in een volgend bericht beschrijven…
donderdag 1 oktober 2009
Abonneren op:
Posts (Atom)
